De Reünielvbhb

De reünie van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB) is een jaarlijks terugkerend evenement dat elk jaar door een andere stad in Nederland wordt uitgenodigd. De activiteiten rondom de reünie worden elk jaar door eigen leden van de LVBHB uit de desbetreffende gaststad georganiseerd.

De gemeente Schiedam heeft de LVBHB uitgenodigd om haar reünie van 2010 in de stad Schiedam te houden. De organisatie van het evenement ‘Scyedam Vaert’, dat rondom de reünie zal plaatsvinden is in handen van Stichting Schiedamswater.

Momenteel heeft de vereniging ruim 1500 leden met ca. 1200 schepen. De afgelopen jaren heeft de jaarlijkse verenigingsbijeenkomst afhankelijk van de capaciteit van de steden voor een opkomst van zo’n 150 tot 250 schepen gezorgd. De Schiedamse havens bieden plaats voor ruim 200 schepen.

Voor de leden is de reünie de uitgelezen mogelijkheid om elkaar en elkaars schepen weer eens te zien, en met elkaar te praten over de schepen. Daarnaast wordt tijdens dit weekend ook de jaarvergadering van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch bedrijfsvaartuig gehouden.

Ondanks dat de aanwezigheid van 200 historische schepen in één stad al een spektakel op zich is, zijn de activiteiten rondom de reünie de afgelopen jaren uitgegroeid tot een waar publieksevenement, met bezoekersaantallen variërend van 70.000 tot 150.000 bezoekers.


vuller

Organisatie

De reünie van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB) wordt elk jaar door eigen leden van de LVBHB uit de gaststad georganiseerd.

Scyedam Vaert
Het reünie-evenement ‘Scyedam Vaert’ in 2010, wordt georganiseerd door de vrijwilligers van Stichting Schiedamswater, in opdracht van de LVBHB.

Stichting Schiedamswater
De Stichting Schiedamswater stelt zich ten doel om de mooie Schiedamse grachten, binnenhavens en andere wateren onder de aandacht van het publiek te brengen. Naast eigen initiatieven werkt de stichting nauw samen met andere initiatiefnemers en organisaties, zoals de LVBHB. Tevens onderhoud het contacten met de Gemeente Schiedam.

Stichting Schiedamswater bestaat uit vrijwilligers met een voorliefde voor de stad Schiedam en zijn grachten in het bijzonder. Een groot deel van de leden zijn bewoners van de historische schepen die de oude binnenstad reeds aankleden.schiedamswater

Stichting Schiedamswater:

Stichting Schiedamswater wordt bij de organisatie van het evenement ‘Scyedam Vaert’ gesteund door een Commissie van Aanbeveling, bestaande uit personen met speciale kennis op het gebied van de stad Schiedam en het organiseren van evenementen.

Commissie van Aanbeveling:


vuller

LVBHBlvbhb

De Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB) vertegenwoordigt alle historische schepen waarmee de oorspronkelijke schipper vroeger zijn brood verdiende door de handel, de beurtvaart of de sleepvaart. Op deze schepen is de toenmalige scheepsbouw en het werken en leven aan boord zichtbaar en voelbaar gebleven. Door het behoud van deze schepen wordt een voor Nederland belangrijk varend cultureel erfgoed in stand gehouden. Met deze schepen behouden havens en vaarwegen hun oorspronkelijke levendige karakter en zijn de havensteden een beleving voor toeristen en recreanten. Veel historische schepen zijn te bezichtigen, in museumhavens of gewoon ergens op het water.

Momenteel heeft de vereniging ruim 1500 leden met ca. 1200 schepen, die of in restauratiestadium, of al in de vaart zijn. De meeste van deze schepen, zijn aangemeld bij het Nationaal Register Varende Monumenten. Dit register is opgezet door Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen, waarbij de LVBHB is aangesloten.

De vereniging geeft restauratieadviezen en organiseert jaarlijks enkele bijeenkomsten, waarvan de zomerreünie wel de belangrijkste is. Het bestuur is vertegenwoordigd in diverse andere organisaties, die de belangen van de historische schepen vertegenwoordigen en behartigen.

De vereniging het Historisch Bedrijfsvaartuig is dé plaats waar alle mensen en kennis rondom het behouden en restaureren van historische bedrijfsvaartuigen bijeen komen. De vereniging zorgt voor het behoud van kennis over de historische (voormalige) vrachtschepen en de uitwisseling van de ervaringen met het restaureren ervan. Ook is de vereniging de gesprekspartner voor overheden en anderen die schepen willen betrekken in hun monumentenbeleid en bij hun historische havens en vaarwegen. De vereniging is een warm pleitbezorger voor het behoud van elk schip dat, al of niet zichtbaar, een schip met historische waarde kan zijn of door restauratie kan worden.

Daarvoor zijn aanleg- en restauratiefaciliteiten nodig. Ook het varen met zo'n historisch bedrijfsvaartuig vraagt soms bijzondere voorzieningen. Zo pleit de vereniging voor goedkope ligplaatsen, speciale aanlegplaatsen, restauratiesubsidies en belastingfaciliteiten. Boven alles staat het uitdragen van de grote betekenis die dit maritiem erfgoed voor de economische ontwikkeling van Nederland in de 19e en 20e eeuw heeft gehad.


vuller

Geschiedenis

Het ontstaan van ScyedamSchiedam anno 1597

Omstreek 1250 laat de edelman Dirk van Bokel een dam leggen in de rivier de Schie, ter bescherming van zijn poldertegen het wassende zeewater. Schippers die voorheen landinwaarts trokken via deze rivier, toen nog genaamd ‘de Scye’, moeten nu hun scheepsladingen over de dam sjouwen en met andere schepen verder gaan. Zoals zoveel Hollandse steden waarvan de naam eindigt op ‘dam’ ontstaat er rondom de dam allerlei bedrijvigheid. Handelaren, dragers, touwslagers, schippers en scheepstimmerlieden, allen vestigen zich in de nabijheid van deze waterkering. Op de stadskaart van 1597 van Jacob de Gheyn is te zien hoe de stad zich in drie eeuwen ontwikkeld rondom de kruising van de Schie en de dam. Op de kaart loopt de Schie als een halve cirkel door de stad. Het zuidelijke deel van de Schie wordt de Lange Haven genoemd. De Korte Haven buigt voor de dam af in westelijke richting.

Vrouwe Aleida, zuster van de inmiddels overleden landsheer Willem II, koopt rond 1260 de polder en zij laat nabij de rivier een kasteel bouwen met de toepasselijke naam ‘Huis te Riviere’. Ondanks weerstand van de Hollandse edelen tegen de heerschappij van een vrouw, weet Aleida met steun van haar twaalfjarige zoon, graaf Floris V, van het dorp een florerende stad te maken. Achtereenvolgens zorgt zij voor een kerk, het marktrecht en in 1275 bezorgt zij het dorp zelfs stadsrechten.

De snelle groei van Schiedam wordt gestopt door de moord op graaf Floris V. Zijn voogd, Wolfert van Borselen, wil vervolgens het nabij gelegen Rotterdam meer macht geven. Schiedam weet dit eerst nog tegen te houden, maar in 1340 krijgt Rotterdam definitief zijn stadsrechten en een eigen verbinding naar de Schie. Vanaf dan kiezen schippers voor de makkelijke route over het Schiekanaal en laten Schiedam links liggen. De stad probeert het tij nog te keren door de aanleg van een overtoom waardoor schepen over de dam getrokken kunnen worden. Dit mag echter niet meer baten.

VissersbotenVissersstad

Door concurrentie met de handelssteden Rotterdam en Dordrecht, verandert vanaf 1340 het karakter van Schiedam van handelsstad naar vissersstad. De haringvangst wordt de belangrijkste inkomstenbron van Schiedam. Dat de handel in haring van groot belang is voor de stad blijkt uit het feit dat het stadsbestuur in 1344 allerlei eisen vastlegt waaraan de haring, de afslag, de tonnen en de netten moeten voldoen.

De visserij en de handel in vis zorgt ervoor dat er veel vraag is naar schepen en scheepsbenodigdheden. De kaart van Jacob de Gheyn laat zien dat de scheepswerven aan de zuidzijde van de Lange Haven gevestigd zijn. Hier horen de stadbewoners de gehele dag het zagen, timmeren en schreeuwen van de werklieden. Geluiden die nog vaak te horen zouden zijn in Schiedam.

Op het stadsgezicht van de Gheyn zijn aan de rechterzijde van de Sint Janskerk grote stoomwolken te zien. Dit is het stoom van de zoutketen, waar zeewater wordt ingedampt om zout voor de conservering van de vis te verkrijgen. De haring wordt ondermeer vervoert naar Frankrijk. Op de terugreis nemen de schepen producten zoals graan en kolen mee. Het laden en lossen van deze goederen wordt gedaan door de zakkendragers. Zij zijn verenigd in het oudste gilde van Schiedam, het Sint Anthonygilde. Dit gilde heeft als enige een eigen pand; het Zakkendragershuisje. Wanneer een schip Schiedam binnenloopt, wordt de klok in de klokkentoren van het gildehuis geslagen. De dragers die zich binnen de tijd van de zandloper melden, maken kans op het werk. Het gooien van twee ivoren dobbelstenen bepaald uiteindelijk wie het werk krijgt.

De haringvisserij blijft nog vele eeuwen de belangrijkste bedrijfstak van Schiedam. In de 17e en 18e eeuw vaart men vanuit Schiedam ook enige tijd naar Groenland voor de walvisvaart. De handel in baleinen en traan levert veel geld op. Tot het einde van de 19e eeuw wordt er op de Vismarkt aan de Lange Haven naast haring ook zalm verhandeld die gevangen is op de Maas.

JeneverKaart Schiedam

Rond het begin van de 18e eeuw maakt de haringvisserij langzaam plaats voor jeneverindustrie. Deze verandering zorgt voor grote wijzigingen in de bedrijvigheid en het uiterlijk van de stad. Rondom de stad worden twintig grote molens gebouwd die hoog boven de stad uitsteken en het graan voor de branders malen. Nog altijd staan in Schiedam de vijf grootste, historische molens van de wereld. Daarnaast staan er in de glorietijd van de jeneverproductie ongeveer vierhonderd branderijen en distilleerderijen en velen pakhuizen. Een groot aantal hiervan sieren nog altijd de Lange Haven.

De jeneverindustrie heeft echter ook negatieve gevolgen voor de stad. De stokerijen zorgen voor een droevige sluier van rook en roet die permanent over de Brandersstad ligt. Hierdoor krijgt Schiedam al snel de bijnaam ‘Zwart Nazareth’. Naast de stad hebben ook de inwoners te lijden onder de gevolgen van de jenever; velen gaan ten onder aan alcoholisme of komen om in de gevaarlijke branderijen.

De jenever zorgt ervoor dat de Schiedamse wateren weer voor de handel gebruikt worden. In het kadebeeld hebben de scheepstimmerlui, touwslagers, vissers en haringtonnen plaatsgemaakt voor molenaars, brandersknechten, mouters en jenevertonnen. De zakkendragers lopen er tussendoor om het graan naar de molens te sjouwen. Het graan en de kolen die nodig zijn voor de jeneverstokerijen worden vanuit het buitenland per schip aangevoerd. De jenever wordt vervolgens in houten vaten verder verscheept. Vele beurtschippers hebben daarmee jarenlang een deel van hun omzet verkregen.

Verder worden de havens druk bevaren door boeren. Met hun spoelingschuiten halen zij de spoeling van de branderijen op en gebruiken dit afvalproduct als veevoer.

De kwaliteit van het havenwater is in de tijd van de branderijen zeer slecht. Het kokende afvalwater van de vele stokerijen wordt erin geloosd waardoor de havens zelfs in de strengste winters niet bevriezen. Een vishengel uitgooien heeft dan ook geen enkele zin.

IndustrieAppelmarktbrug

Doordat de jeneverindustrie sterk afhankelijk is van graan uit het buitenland, is het gevoelig voor internationale politieke spanningen. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw probeert het stadsbestuur van Schiedam de stad minder afhankelijk te maken van de jeneverproductie.

Er worden weer scheepswerven gebouwd, welke de aftakelende jeneverindustrie moeten gaan vervangen. In het begin worden er alleen nog maar houten schepen gebouwd voor de vaart op Nederlands Oost-Indië. De vestiging van werf Gusto in 1904 markeert echter de volgende ommezwaai in bedrijvigheid in Schiedam, de jeneverstad wordt industriestad. Na de komst van scheepsbouwbedrijf Wilton, dat in 1929 fuseert met het Rotterdamse scheepsbouwbedrijf Fijenoord, wordt de scheepsbouw de belangrijkste werkgever van Schiedam.

Wederom hoorde men door de stad de geluiden van de scheepswerven. Ditmaal geen zagen en timmeren maar klinkhamers op scheepshuiden, ratelende scheepskettingen en het dreunen van een scheepsmotoren.

Tekst: Gideon Peele

Schiedam

 

ontwerp website: dilect grafisch ontwerpen